preloader-image Hessen Agentur_Paavo Blåfield
Het land en de mensen

Het welluidende Westerwald

Wandelmekka Westerwald

In het Westerwald, “waar de wind altijd fluit”, wordt wel gezegd. En dat terwijl hier ook heel aangename klanken vandaan komen. Want in Sinn wordt het oude en zware ambacht van het klokkengieten nog altijd in ere gehouden. Klokken uit het Westerwald klingelen dan ook overal op de wereld. 

“Vast, om ’t metselwerk gesloten / Staat de vorm, uit leem gebrand. / Heden wordt de klok gegoten, / Dus, gezellen! bij de hand!” De meneer die de eerste regels van Schiller’s beroemdste gedicht “Das Lied von der Glocke” in het Duits zo gemakkelijk van de lippen laat rollen is Hanns Martin Rincker. Geen wonder, de man is klokkengieter van beroep en staat samen met zijn broer Fritz Georg als 13e generatie aan het hoofd van de oudste klokkengieterij van Duitsland en is een soort wandelende encyclopedie op het gebied van torenklokken. Van alle mogelijke klokken in binnen- en buitenland weet hij het fijne en hij heeft er altijd wel een mooi verhaal over. 

Rincker bestaat al sinds 1590 en naar de huidige locatie in Sinn verhuisde het bedrijf in 1817. De reden hiervoor was de speciale kwaliteit van de klei, die onmisbaar is voor de productie van klokken. Veel van deze bedrijven zijn voor de productie overgeschakeld op het snellere en goedkopere procedé met mallen van zand. Rincker houdt het, net als overigens de andere vier Duitse gieterijen, liever bij klei, want dat levert een betere klank op. “Vandaar ook dat we wereldwijd zo’n goede reputatie hebben: onze klokken hangen onder meer in Zuid-Korea, Hongarije en Chili, en in de Gedächtniskirche aan de Kurfürstendamm in Berlijn”, zegt Rincker. “We hebben zeker vier weken nodig om een klok te maken in plaats van maar één, maar het geluid heeft daardoor wel een ziel, het is levend.” Rincker vergelijkt het verschil met dat tussen een vleugel en een elektrische piano. Objectief gemeten is het geluid hetzelfde, maar subjectief lijkt het hoorbaar dat het eenvoudige product net niet de goede klank heeft.

Boven Sinn torent kasteel Greifenstein. Het markante silhouet met de tweelingtorens is het herkenningspunt van de regio. Rincker heeft er een speciale band mee. “Mijn vader wilde die aan wat meer bekendheid helpen en kwam toen op het idee om er een klokkenmuseum in onder te brengen”, zegt hij. In de loop der jaren zijn er wel honderd grote en kleinere klokken en klokjes voor bijeen gebracht, die samen getuigenis afleggen van duizend jaar Duitse klokkengeschiedenis. Rincker mag er graag komen: “Het uitzicht vanaf de burcht is fantastisch. Het reikt tot de heuvels van de Taunus en Vogelsberg, en ook Wetzlar en zelfs Gießen kun je van daar zien liggen”. Maar het is er ook drie tot vier graden koeler dan in het dal eronder. Dat komt door de veelbezongen wind, die met het lied van Westerwald een monument heeft gekregen en die hier rond de kasteelmuren waait. Ook in de manier waarop hij zijn vrije tijd doorbrengt, volgt Hanns Martin Rincker grotendeels de traditie van klokkengieters die hem voorgingen. “Vanwege de hoge douanerechten had je vroeger veel klokkengieters die het hele land doortrokken om zo geld uit te sparen. Ik mag ook graag een beetje rondzwerven, al is dat meer vanwege het gevarieerde landschap dan om uit handen van de fiscus te blijven”, zegt hij met een knipoog.

Hessen Agentur_Paavo Blåfield

En inderdaad: Het minerale landschap, gekenmerkt door een afwisseling van bossen en grasland, met er tussendoor vijvers, meren, holen en grotten, is het best te ondergaan door er rond te wandelen. Een van de mooiste wandelpaden in de regio is de “Greifenstein-lus”, een 36 kilometer lange wandeling vanuit het schilderachtige vakwerkstadje Herborn via Greifenstein naar Rehe, waar deze route aansluit op het Westerwald-pad. De route gaat omhoog en omlaag door schaduwrijke bosgedeelten, afgewisseld met heerlijk geurende weiden. Als je begint in Herborn, is de stuwdam in het dal van de Ulmbach gemakkelijk in één dag te bereiken. Hier kunt u uw vermoeide ledematen opfrissen door een duik in het meer en overnachten in een van de vier aardige trekking-hutten voor twee die de plaatselijke camping voor wandelaars vrij houdt. Iets comfortabeler gaat het eraan toe in het landhuis “Hui Wäller” in Beilstein. Dat is het werk van Axel en Martha Schmidt, die het ooit zo vervallen gebouw in de afgelopen paar jaar hebben omgetoverd tot een waar paleisje. In de grote zaal vinden regelmatig culturele evenementen plaats die tot ver buiten de omgeving de aandacht trekken. Langs het terras met zijn idyllische vijver loopt vanaf dit jaar het Ulmtal-fietspad dat een voormalige spoorlijn volgt. Vanuit Beilstein is de stuw in de Krombach, weer een van de vele meren in het Westerwald, binnen een dag te voet te bereiken. Hier kunt u dan besluiten of u het Westerwald-pad naar Rijnland-Palts wilt volgen of via de Fuchskaute, het hoogste punt van het Westerwald (657 meter), terug wilt wandelen naar Herborn. “Op deze route moet je zeker een bezoek aan het Herfstlabyrint inlassen,” zegt Rincker. “Dat is het grootste grottenstelsel van Hessen met zeer bezienswaardige en indrukwekkend verlichte druipstenen.”

Land van legendes

Noord-Hessen, bakermat van de gebroeders Grimm

Wandelen op de vulkaan

De Vogelsberg